Signalen onderweg

Waarschuw de groep voor alles wat je tegenkomt. Dit doe je door te roepen wat je ziet, maar ook zeker te gebaren wat en aan welke kant men obstakels kan verwachten. Rij je zelf verder achter in de groep, geef de signalen dan door zodat ook de achterste rijder weet wat er aankomt.

Speciale gebaren die je veel tegen zult komen bij het fietsen in een groep:

  • Hand omhoog + ‘Stop!’ houdt in dat er een punt aankomt waarvoor gestopt moet worden. Rij je zelf op kop, geef dit teken dan ruim van tevoren.
  • ‘Vrij!’; een gevaarlijk punt (kruispunt, onoverzichtelijke bocht) kan gepasseerd worden door de hele groep. De voorste van de groep schat de situatie in voor de rest van de groep.
  • ‘Links!’ of ‘Rechts!’ + het uitsteken van de desbetreffende hand: er wordt afgeslagen in de aangegeven richting.
  • ‘Tegen’! + een meebewegende linkerhand ter hoogte van de heup: Voor aanduiding van tegemoetkomend verkeer.
  • ‘Voor!’ + een meebewegende rechterhand ter hoogte van de heup: voor aanduiding dat verkeer dat wordt ingehaald aan de rechterkant.
  • ‘Achter!’: het signaal dat er achteropkomend verkeer aankomt. Maak ruimte en ga achter elkaar rijden.
  • ‘Pas op!’ + wijzen richting obstakel: Aangeven dat er een obstakel nadert, zoals een paaltje midden op de weg.